The 3 Rooms of Melancholia

In Kronstadt, een eilandje voor de kust van St. Petersburg, staat een militaire academie waar kleine jongens afkomstig uit verschillende Russische deelrepublieken worden opgevoed door strenge, maar liefdevolle legerofficiers. Het is een troetelproject van president Poetin. Vooral de zonen van Russische soldaten die sneuvelden in de strijd tegen de Tsjetsjenen zijn hier welkom. Kronstadt biedt ze een thuis en een toekomst, en in het vooruitzicht de eer mee te mogen helpen aan de ondergang van de opstandige Tsjetsjenen.

Het is het eerste deel in Three Rooms of Melancholia, het meesterlijke drieluik waar de eigenzinnige Finse filmmaakster Pirjo Honkasalo afgelopen IDFA de Amnesty International-DOEN Award mee in de wacht sleepte.

Voor het tweede deel toog ze naar de gevaarlijke Tsjetsjeense hoofdstad Grozny. Hier spelen kinderen tussen de uitgebrande tanks of helpen volwassenen aardolie te halen uit stinkende putten op straat. In een van de kapot geschoten flatgebouwen neemt een jonge moeder afscheid van haar kinderen. Haar man is dood en zelf is ze te ziek om nog langer voor ze te zorgen.

De kinderen gaan voor hun eigen bestwil mee met Hadizhat Gataeva, een vrouw die zelf ooit opgroeide in een Russisch weeshuis in Grozny. Ze woont in het buurland Ingoesjetië, op vier kilomter van de grens. Daar is ze de nieuwe moeder van haar 63 Tsjetsjeense pleegkinderen. De jongens en meisjes worden opgevoed door moslimstrijders. Op de achtergrond ontploffen de bommen in Grozny.

Ook in het derde en laatste deel van Honkasalo’s drieluik vermeldt de voice-over slechts sumiere feiten over de kinderen. De rest wordt overgelaten aan prachtige lange shots, muziek en poetisch gestileerde beelden. Actualiteit en politiek zijn daarbij secundair. Terwijl Tsjetsjeense rebellen de beroemde aanslag op de Moskouse schouwburg plegen, onderzoekt Honkasalo de schoonheid, het verdriet en de wijsheid die spreekt uit de ogen van de kinderen van het Russisch-Tsjetsjeense conflict.

Three Rooms of Melancholia is een teder en veelzeggend monument voor de veerkracht en kwetsbaarheid van de gedoodverfde erfgenamen van een strijd die volwassenen maar niet kunnen of willen beslechten.