De stem van de meester

Als dirigent van het Rotterdams Jongenskoor ontdekt Geert van den Dungen in de twaalfjarige koorknaap Oscar een uitzonderlijk zangtalent. In de jaren die volgen zal Geert Oscars belangrijkste zangleraar worden en daarbij stelt hij Oscar al snel op als solist in de vele Matthäus- en Johannes-Passies die hij dirigeert. De volgende stap in Oscars zangcarrière is een studie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Hier krijgt Oscar te maken met andere leraren en een andere aanpak. Hoe beïnvloedt dit de band met zijn mentor? Moet en kan hij zich losmaken van Geert en wat betekent dat proces voor de ontdekker van het talent? En kan een zangleraar zijn leerling loslaten zodat deze de meester over zijn eigen stem wordt?